Navigatie overslaan

Direct naar de hoofdnavigatie

Direct naar de navigatie voor kinderen

Direct naar de navigatie voor jongeren

Direct naar de navigatie voor volwassenen

Direct naar de navigatie voor wijken

Home>Nieuws>Actueel>Nieuwsbericht

HOOFD NAVIGATIE:
Doelgroep volwassenen

NAVIGATIE VOLWASSENEN:
Doelgroep jongeren

NAVIGATIE JONGEREN:
Doelgroep kinderen

NAVIGATIE KINDEREN:

NAVIGATIE WIJKEN:

Pascal van der Maas (Tandem)

terug

Column: Teveel Welzijnswerk! Bezuinigingen zijn een cadeautje?

Het is bon ton om te zeggen: er is teveel welzijnswerk. De voorbeelden die genoemd worden liegen er niet om. Gezinnen in prachtwijken waar zo twintig hulpverleners over de vloer komen. Maar hoe met welzijnswerk er dan uit zien, of kan het net zo goed of beter afgeschaft worden?

 

Wat voor een gezin? Waar twintig hulpverleners komen? Het is een multiproblem gezin wordt gezegd. Een casus: een gezin met ouders en een kind met een verstandelijke handicap, vijf kinderen, waaronder een tienermoeder die ongewenst zwanger werd van een loverboy (lees: pooierboy) met haar kind, relatieproblemen, kleine huisvesting, schuldenproblematiek en huurachterstand werkeloosheid, overlastervaring bij de buren, een van de kinderen heeft een strafblad, verslaving. Uitzonderlijk? Nee, het bestaat!

 

Wie komen er dan in Nijmegen in zo’n gezin? Zonder volledig te willen zijn noem ik, en telt u mee, Dichterbij, Pluryn of Driestroom, JOOP, GGD, politie, NIM, woonconsulent, Het Inter-Lokaal, Zorg&Inkomen, huisarts, GGD, MEE, UWV, Iris, CJG, Tandem, Open Wijk School, Jeugdzorg. Van sommige organisaties komen meerdere hulpverleners bij het gezin. Er is een ketenregisseur, een wijkregisseur én een casemanager. Het gezin wordt onder meer besproken in ZAT, ZAT VO, Veiligheidshuis, wijkteam, CJG. Samengevat: veel. Niet goed. Duur.

 

We hebben een paar problemen op te lossen problemen in welzijnsland. Of een paar kansen te zien. Eén probleem is dat denken in problemen en niet in kansen. Door doelgroep en partieel denken zijn te veel organisaties met een gezin bezig zijn, dat is het tweede kansgebied. ‘Last but not least’ is de klant in dit hele proces vrijwel onzichtbaar, want ondergesneeuwd in goede bedoelingen en niet op waarde geschat.

 

Nu een schets van het eerste kansgebied. We noemen het hierboven omschreven huishouden een ‘multiproblem’ gezin. Maar een probleem komt nooit alleen. Als we het over een multiprobleem huishouden hebben, bedoelen we zeer problematische en complexe  situaties.  Al gebruiken we de term nu voor alles. Multiprobleem is de norm in plaats van de uitzondering geworden. En met zoveel hulpverlening rond een gezin is er inderdaad een multiprobleem situatie. De term multiprobleem schept verwarring. Het zou beter zijn om het gewicht van de problematiek te kunnen bepalen. Zeker als dat gewicht ook zou schetsen wat voor een type proces zou moeten volgen. Nu wordt het gewicht bepaald door het aantal hulpverleners dat contact heeft. Maar zou dat niet anders kunnen? Zou de [last van het gezin] x [de overlast in de omgeving] = [lastindicator]  niet een betere zijn? En zou het niet nog mooier zijn als dat gewicht niet bepalend zou zijn voor het aantal hulpverleners contacten? In plaats van sec te denken vanuit problemen is de echte kans er in gelegen dat denken vanuit het willen – waar wil iemand naar toe- nieuwe oplossingrichtingen voor problemen laat zien.

 

Het tweede kansgebied: voorbij de doelgroepen denken. Misschien is wel de grootste fout die we blijven maken het doelgroep denken.  Als we even naar het voornoemde gezin terug gaan: het gezin van 7 personen bestaat maar zo uit rond de vijftig doelgroepen. Ik zal u de opsomming besparen. En toch is het maar 1 huishouden. Eén hulpverlener in de frontlijn zou  voldoende moeten zijn. Vooruit, soms twee. Laten we hem de sociaal werker noemen. Sociaal werkers zijn HBO opgeleid, het EQ is net als het IQ hoog, ze kunnen kinderen krijgen, opvoeden, huizen kopen en verkopen, studies volgen en afmaken, hun huishoudboekje op orde houden. Maar tussen het dichtslaan van de eigen voordeur en het openen van de deur van het werk vergeten ze nu het grootste deel van hun vaardigheden, en weten ze alleen nog maar iets over een verstandelijke handicap bij kinderen van 0-6 jaar, of over verslaving aan ‘internet based games’ bij jongeren van 12-18. De sociaal werker kan meer, laten we dat gebruiken.

 

Misschien helpt het te denken op adresniveau en op de match hulpverlener –  huishouden. Dat betekent dat het dichtbij georganiseerd moet zijn. En dat mens en systeem als een geheel gezien en benaderd worden. Deze holistische visie staat tegenover de doorgedraaide differentiatie van doelgroep denken.  Als het gewicht van de problemen te groot wordt, wordt door de sociaal werker de achterwacht (een ‘shared service center’ van alle instellingen)  ingeschakeld.

 

Maar is er altijd professionele zorg nodig? Wat kan de bewoner zelf, wat kunnen mensen voor elkaar betekenen en hoe organiseren ze dat dan? Het kansgebied der bewoners schets ik nu. In navolging van Theodore Dalrymple (pseudoniem van psychiater Anthony M. Daniels) is zelfredzaamheid het nieuwe devies. Mensen moeten weer voor zichzelf leren zorgen. In de glorietijden van de verzorgingsstaat is dat afgeleerd. Mensen hebben recht op zorg is de beleving geworden. Mensen hebben het recht voor zichzelf te zorgen is het antwoord. Maar in het denken over de toekomst van welzijnswerk in Nederland, en zeker ook in Nijmegen, lijkt er voor de bewoner geen plek te zijn. Terwijl de Wet maatschappelijk ondersteuning juist een nadrukkelijke rol aan de burger wil geven, lukt het ambtenaren, politici en instellingen niet los te komen van het denken in problemen, het denken vanuit de professional en het denken voor -  i.p.v. het luisteren naar en betrekken van de klant. Vanuit het professionele denken worden professionele modellen bedacht. Begrippen als opschaling in multiprobleem situaties en wijkregisseurs doen dan opgeld. Maar wat we moeten willen is ook voorkomen dat de professional actief hoeft te worden. Dat is moeilijk voor een professional om te doen, het vraagt voorbij de eigen schaduw en voorbij het eigen belang kijken.

 

De burger is geen bierdrinkende boerende onwetende. De burger heeft verstand van zijn situatie en omgeving. Luisteren naar de burger is dan het devies, en een aan het proces van de bewoner dienstbare houding de attitude die nodig is. Luisteren is dan niet het ontwikkelen van instrumenten om de bewoner in het professionele jargon te vangen. Luisteren is de taal van de bewoner volgen en horen. Dat is de taak van de welzijnsvakman. Dat betekent niet dat welzijnswerk niet meer nodig is, wel dat er stevig in geïnvesteerd wordt om de bewoner te leren zijn of haar rol weer te kunnen vervullen. Dat is men niet meer gewend. Wat in 65 jaar verzorgingsstaat is opgebouwd, leren we niet in korte tijd zomaar af. Dat betekent investeren in gemeenschappen met een menselijke maat, in communities. Nu worden deze informele netwerken in navolging van Lillian Linders vaak beschreven vanuit de professional: een netwerk dat –uiteraard met gebruikmaking van de professional- gebouwd moet worden om na afronding van het hulpverleningstraject de dempende deken rond de klant te zijn. Maar wat gebeurt er als je dat netwerk-denken niet vanuit de professional doet maar vanuit de klant-bewoner?

 

In Nijmegen is het plan te gaan werken met acht sociale wijkteams. In deze wijkteams worden de professionals actief. ‘Dat gaat ‘m niet worden’ als de bewoner niet intrinsiek onderdeel van het proces en straks van het wijkteam uitmaakt. Bewoners blijken daadwerkelijk veel voor elkaar te willen doen, maar bij gebrek aan structuren daarvoor moeten we willen dat dat proces gefaciliteerd wordt. Bewoners kunnen dan voorkomen dat er professionele hulpverlening nodig is en herkennen wanneer die hulp wel geboden is.

--------------------------

Deze column is geschreven door Pascal van der Maas, Regiomanager Noord, Tandem Welzijn. Voor reacties: p.van.der.maas@verwijder-dit.tandemwelzijn.nl


HEADER PRINTVERSIE:
Logo Tandem

Tandem, Centraal bureau

Bezoekadres:
OPUS, Centrum voor Welzijn
Julianaplein 1, Nijmegen
Correspondentieadres:
Postbus 1547
6501 BM NIJMEGEN
tel.: 024 3680111
fax: 024 3600120
email: info@tandemwelzijn.nl
www.tandemwelzijn.nl

FOOTER PRINTVERSIE:

© Tandem, Welzijnsorganisatie Nijmegen | Deze pagina op internet: http://www.tandemwelzijn.nl/nieuws/actueel/nieuwsbericht/artikel/column-teveel-welzijnswerk-bezuinigingen-zijn-een-cadeautje.html